A blog by His Divine Grace A.C. Bhaktivedanta Svami Prabhupadanuga (abhay.caran.de@gmail.com)
vrijdag 28 februari 2025
woensdag 5 februari 2025
Ik vraag Je me met zekerheid te vertellen wat het beste voor me is. (2.7)
कार्पण्यदोषोपहतस्वभावः
पृच्छामि त्वां धर्मसम्मूढचेताः ।
यच्छ्रेयः स्यान्निश्चितं ब्रूहि तन्मे
शिष्यस्तेऽहं शाधि मां त्वां प्रपन्नम् ॥ ७ ॥
kārpaṇya-doṣopahata-svabhāvaḥ
pṛcchāmi tvāṁ dharma-sammūḍha-cetāḥ
yac chreyaḥ syān niścitaṁ brūhi tan me
śiṣyas te ’haṁ śādhi māṁ tvāṁ prapannam
Synoniemen
kārpaṇya — van vrekkigheid; doṣa — door de zwakheid; upahata — gekweld worden; sva-bhāvaḥ — kenmerken; pṛcchāmi — ik vraag; tvām — aan Jou; dharma — religie; sammūḍha — verward; cetāḥ — in het hart; yat — wat; śreyaḥ — het beste; syāt — kan zijn; niścitam — vertrouwelijk; brūhi — vertel; tat — dat; me — aan mij; śiṣyaḥ — discipel; te — Jouw; aham — ik ben; śādhi — onderricht; mām — mij; tvām — aan Jou; prapannam — overgegeven.
Vertaling
Ik weet niet meer wat mijn plicht is en ben door een vrekkige zwakheid mijn evenwicht kwijt. In deze toestand vraag ik Je me met zekerheid te vertellen wat het beste voor me is. Ik ben nu Je leerling en geef me volkomen aan Je over. Alsjeblieft, onderricht me.
Betekenisverklaring
Het hele systeem van materiële activiteiten is voor iedereen een bron van verwarring; zo werkt de natuur. Bij elke stap raken we verward en daarom moeten we een bonafide spiritueel leraar benaderen die de juiste begeleiding kan geven om het doel van het leven te volbrengen. De hele Vedische literatuur raadt ons aan een bonafide spiritueel leraar te benaderen om vrij te raken van de complicaties van het leven, die ons overkomen zonder dat we dat willen. Het is als een bosbrand die om de een of andere reden woedt zonder door iemand aangestoken te zijn. Op dezelfde manier bevindt de wereld zich in een situatie waarin de problemen van het leven vanzelf verschijnen zonder dat we deze verwarring willen. Niemand wil brand, maar toch is het er en we staan perplex. De Vedische wijsheid raadt ons daarom aan dat, als we een oplossing willen voor de moeilijkheden van het leven en we de wetenschap van de oplossing willen begrijpen, we een bonafide spiritueel leraar moeten benaderen, die verbonden is met de opeenvolging van discipelen. Wie een spiritueel leraar heeft, wordt verondersteld alles te weten. Men moet daarom niet in deze materiële verbijstering blijven, maar men moet een spiritueel leraar benaderen. Dat is de betekenis van dit vers.
Wie is degene die omgeven wordt door materiële verwikkelingen? Het is degene die de problemen van het leven niet begrijpt. In de Bṛhad-āraṇyaka Upaniṣad (3.8.10) wordt een verward persoon als volgt beschreven: yo vā etad akṣaraṁ gārgy aviditvāsmāl̐ lokāt praiti sa kṛpaṇaḥ. ‘Degene die niet als een mens een oplossing zoekt voor de problemen van het leven en die zo net als katten en honden de wereld verlaat, zonder dat hij de wetenschap van zelfrealisatie begrepen heeft, is een vrekkig persoon.’ Deze menselijke levensvorm is een zeer waardevol bezit voor het levend wezen, dat hem kan gebruiken om de problemen van het leven mee op te lossen; wie deze mogelijkheid niet aangrijpt, is daarom een vrek. In tegenstelling tot de vrek is er ook de brāhmaṇa of degene die intelligent genoeg is dit lichaam te gebruiken om alle problemen op te lossen. Ya etad akṣaraṁ gārgi viditvāsmāl̐ lokāt praiti sa brāhmaṇaḥ.
De kṛpaṇa’s, de vrekkige personen, verspillen hun tijd in de lichamelijke levensopvatting door hun sterke vereenzelviging met familie, samenleving, land enz. Op basis van externe, lichamelijke aantrekking is men vaak gehecht aan het familieleven, dat wil zeggen: vrouw, kinderen en andere familieleden. De kṛpaṇa denkt dat hij in staat is om zijn familieleden tegen de dood te beschermen of hij denkt dat zijn familie of samenleving hem van de afgrond van de dood kan redden. Zulke gehechtheid aan familie is ook aanwezig in de lagere diersoorten, die ook voor hun kinderen zorgen. Intelligent als hij was, begreep Arjuna dat zijn genegenheid voor zijn familieleden en zijn verlangen om hen tegen de dood te beschermen de oorzaken waren van zijn verwarring. Hoewel hij begreep dat zijn plicht om te vechten op hem wachtte, kon hij, door zijn vrekkige zwakheid, toch zijn plichten niet vervullen. Daarom vraagt hij Heer Kṛṣṇa, de allerhoogste spiritueel leraar, om hem de uiteindelijke oplossing te geven. Hij geeft zich over aan Kṛṣṇa als een discipel. Hij wil geen vriendelijke gesprekken meer. De gesprekken tussen meester en discipel zijn ernstig en Arjuna wil nu zeer ernstig spreken met de persoon die hij als zijn spiritueel leraar erkent. Kṛṣṇa is daarom de oorspronkelijke spiritueel leraar van de wetenschap van de Bhagavad-gītā en Arjuna is de eerste discipel die de Gītā leert begrijpen.
De manier waarop Arjuna de Bhagavad-gītā leert begrijpen, wordt in de Gītā zelf beschreven. Toch zeggen dwaze, wereldse geleerden dat men zich niet aan de persoon Kṛṣṇa hoeft over te geven, maar aan ‘het ongeborene in Kṛṣṇa’. Er bestaat geen verschil tussen het in- en uitwendige van Kṛṣṇa; wie dit niet begrijpt, maar toch de Bhagavad-gītā probeert te begrijpen, is een grote dwaas.
Bhagavad-gītā 2.7–11 lecture on March 2, 1966 by Srila Prabhupada
Bhagavad-gītā 2.7 lecture on August 7, 1973 in London by Srila Prabhupada
woensdag 22 januari 2025
Geef de Nederlandse betekenis van tad ekaṁ vada. (3.2)
tat — daarom; ekam — enkel één; vada — vertel alsjeblieft;
व्यामिश्रेणेव वाक्येन बुद्धिं मोहयसीव मे ।
तदेकं वद निश्चित्य येन श्रेयोऽहमाप्नुयाम् ॥ २ ॥
vyāmiśreṇeva vākyena buddhiṁ mohayasīva me
tad ekaṁ vada niścitya yena śreyo ’ham āpnuyām
Synoniemen
vyāmiśreṇa — door dubbelzinnige; iva — zeker; vākyena — woorden; buddhim — intelligentie; mohayasi — Je verwart; iva — zeker; me — mijn; tat — daarom; ekam — enkel īīn; vada — vertel alsjeblieft; niścitya — verzekerend van; yena — waardoor; śreyaḥ — werkelijk voordeel; aham — ik; āpnuyām — kan hebben.
Vertaling
Mijn intelligentie is verward door Je dubbelzinnige instructies. Vertel me daarom alsjeblieft ondubbelzinnig welk pad het beste voor me is.
Betekenisverklaring
Als inleiding tot de Bhagavad-gītā werd er in het vorige hoofdstuk uitleg gegeven over vele verschillende wegen, zoals sāṅkhya-yoga, buddhi-yoga, het beheersen van de zintuigen door de intelligentie en activiteit zonder zelfzuchtig verlangen; daarnaast werd de positie van de nieuweling uitgelegd. Dit alles werd onsystematisch gepresenteerd; voor een juist begrip en om tot handelen te komen was een gestructureerder overzicht van het pad nodig. Arjuna wilde deze ogenschijnlijk verwarrende zaak daarom ophelderen, zodat ook een doorsnee persoon ze zonder misverstanden zou kunnen aanvaarden. Hoewel Kṛṣṇa Arjuna niet wilde verwarren met woordgegoochel, wist Arjuna niet hoe hij het proces van Kṛṣṇa-bewustzijn moest volgen — door daadloosheid of door actieve dienstbaarheid. Met zijn vragen maakt Arjuna zo het pad van het Kṛṣṇa-bewustzijn vrij voor alle serieuze studenten die het mysterie van de Bhagavad-gītā.
woensdag 31 juli 2019
Wat is de betekenis van de uitdrukking brahma-nirvanam rcchati in vers 72 in hoofdstuk 2 in Bhagavad Gita Zoals Ze Is?
sthitvāsyām anta-kāle ’pi, brahma-nirvāṇam ṛcchati
Wat zijn de acht fasen van spirituele neergang in het Nederlands en in het Sanskriet?
saṅgāt sañjāyate kāmaḥ, kāmāt krodho ’bhijāyate
smṛti-bhraṁśād buddhi-nāśo, buddhi-nāśāt praṇaśyati
Wie is het voorbeeld van een mat-parah gegeven in vers 61 in hoofdstuk 2 in Bhagavad Gita Zoals Ze Is?
vaśe hi yasyendriyāṇi, tasya prajñā pratiṣṭhitā
vacāṁsi vaikuṇṭha-guṇānuvarṇane
karau harer mandira-mārjanādiṣu
śrutiṁ cakārācyuta-sat-kathodaye
tad-bhṛtya-gātra-sparśe ’ṅga-saṅgamam
ghrāṇaṁ ca tat-pāda-saroja-saurabhe
śrīmat-tulasyā rasanāṁ tad-arpite
śiro hṛṣīkeśa-padābhivandane
kāmaṁ ca dāsye na tu kāma-kāmyayā
yathottama-śloka-janāśrayā ratiḥ
Wat is de betekenis van de uitdrukking param drstva nivartate in vers 59 in hoofdstuk 2 in Bhagavad Gita Zoals Ze Is?
rasa-varjaṁ raso ’py asya, paraṁ dṛṣṭvā nivartate
viṣayāḥ — objecten voor zinnelijk genot; vinivartante — worden geoefend om af te zien van; nirāhārasya — door negatieve beperkingen; dehinaḥ — voor de belichaamde; rasa-varjam — de smaak opgevend; rasaḥ — besef van genot; api — hoewel er is; asya — zijn; param — veel betere dingen; dṛṣṭvā — door te ervaren; nivartate — hij houdt op met.
Vertaling:
Hoewel de belichaamde ziel van zinnelijk genot weerhouden kan worden, blijft de smaak voor zinsobjecten bestaan. Maar wanneer ze zulke bezigheden opgeeft omdat ze een hogere smaak ervaart, is ze onwankelbaar in haar bewustzijn.
Uitleg:
Tenzij men zich op een transcendentaal niveau bevindt, is het onmogelijk om zinsbevrediging op te geven. Het proces van het beperken van zinsbevrediging door regels en bepalingen is te vergelijken met het ontzeggen van bepaalde voeding aan een zieke. Zo’n patiënt zal zeker niet blij zijn met zulke beperkingen en zal ook zijn smaak voor die bepaalde voeding niet verliezen. Op dezelfde manier wordt minder intelligente mensen, die ontoereikende kennis hebben, aangeraden de zintuigen te beperken door een spiritueel proces als aṣṭāṅga-yoga (yama, niyama, āsana, prāṇāyāma, pratyāhāra, dhāraṇā, dhyāna en samādhi). Maar wie tijdens zijn vorderingen in Kṛṣṇa-bewustzijn de schoonheid van de Allerhoogste Heer Kṛṣṇa heeft ervaren, heeft geen smaak meer voor dode, materiële dingen. De beperkingen zijn er daarom voor de minder intelligente nieuwelingen in het spirituele leven; maar die beperkingen zijn alleen goed totdat iemand werkelijk smaak heeft voor Kṛṣṇa-bewustzijn. Wanneer iemand werkelijk Kṛṣṇa-bewust is, verliest hij vanzelf alle smaak voor minderwaardige dingen.
Wanneer kan een goedgeklede dwaas worden geïdentificeerd?
sthita-prajñasya kā bhāṣā, samādhi-sthasya keśava
sthita-dhīḥ kiṁ prabhāṣeta, kim āsīta vrajeta kim
Wat is de betekenis van het woord prajna in vers 54 in hoofdstuk 2 in Bhagavad Gita Zoals Ze Is?
sthita-prajñasya kā bhāṣā, samādhi-sthasya keśava
sthita-dhīḥ kiṁ prabhāṣeta, kim āsīta vrajeta kim
Hoe kan het doel van de Vedische cultuur het beste worden gediend
tāvān sarveṣu vedeṣu, brāhmaṇasya vijānataḥ
tepus tapas te juhuvuḥ sasnur āryā, brahmānūcur nāma gṛṇanti ye te
Wat is het onderwerp dat door de Veda's wordt behandeld?
nirdvandvo nitya-sattva-stho, niryoga-kṣema ātmavān
Wat is de betekenis van de uitdrukking vyavasayatmika buddhi in vers 41 in hoofdstuk 2 in de Bhagavad Gita Zoals Ze Is?
bahu-śākhā hy anantāś ca, buddhayo ’vyavasāyinām
kṛṣṇe bhakti kaile sarva-karma kṛta haya
yasyāprasādān na gatiḥ kuto ’pi
dhyāyan stuvaṁs tasya yaśas tri-sandhyaṁ
vande guroḥ śrī-caraṇāravindam
Wat is de betekenis van de uitdrukking pratyavayah na vidyate in vers 40 in hoofdstuk 2 in Bhagavad Gita Zoals Ze Is?
sv-alpam apy asya dharmasya, trāyate mahato bhayāt
bhajann apakvo ’tha patet tato yadi
yatra kva vābhadram abhūd amuṣya kiṁ
ko vārtha āpto ’bhajatāṁ sva-dharmataḥ
Wat is de betekenis van de uitdrukking svarga-dvaram apavrtam in vers 32 in hoofdstuk 2 van Bhagavad Gita Zoals Ze Is?
sukhinaḥ kṣatriyāḥ pārtha, labhante yuddham īdṛśam
nirjitya para-sainyādi, kṣitiṁ dharmeṇa pālayet
Wat wordt bedoeld met sva-dharma en wat zijn de twee soorten sva-dharma?
woensdag 26 juni 2019
Wat is de betekenis van het woord ksatriya in vers 31 in hoofdstuk 2 van de Bhagavad Gita Zoals Ze Is?
sva-dharmam api cāvekṣya, na vikampitum arhasi
dharmyād dhi yuddhāc chreyo ’nyat, kṣatriyasya na vidyate
yuddhamānāḥ paraṁ śaktyā, svargaṁ yānty aparāṅ-mukhāḥ
saṁskṛtāḥ kila mantraiś ca, te ’pi svargam avāpnuvan

