Posts tonen met het label iskcon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label iskcon. Alle posts tonen

woensdag 31 juli 2019

Wat zijn de acht fasen van spirituele neergang in het Nederlands en in het Sanskriet?


1.aandacht voor de objecten van de zintuigen (dhyayataḥ viṣayān)
2.gehechtheid ontwikkelen voor de objecten van de zintuigen (saṅgaḥ teṣu)
3.ontwikkelen van lust door deze gehechtheid voor de objecten van de zintuigen (sañjāyate kāmaḥ)
4.manifesteren van woede uit lust voor deze gehechtheid voor de objecten van de zintuigen (krodhaḥ abhijāyate)
5.ontwikkelen van illusie vanuit woede (bhavati saṁmohaḥ)
6.ontwikkelen van verbijstering van het geheugen vanuit de illusie (smṛti vibhramaḥ)
7.verliezen van intelligentie vanuit verbijstering van het geheugen (buddhi-nāśaḥ)
8.het naar beneden vallen in de materiële moeras, na het verliezen van intelligentie (praṇaśyati)

Genomen uit: Srimad Bhagavad Gita Zoals Ze Is, Hoofdstuk 2, Verzen 62 en 63:

TEXT 62:
dhyāyato viṣayān puṁsaḥ, saṅgas teṣūpajāyate
saṅgāt sañjāyate kāmaḥ, kāmāt krodho ’bhijāyate

Woord-voor-woord-vertalingen:
dhyāyataḥ — de aandacht richtend op; viṣayān — zinsobjecten; puṁsaḥ — van een persoon; saṅgaḥ — gehechtheid; teṣu — aan de zinsobjecten; upajāyate — ontwikkelt zich; saṅgāt — van gehechtheid; sañjāyate — ontwikkelt zich; kāmaḥ — begeerte; kāmāt — van begeerte; krodhaḥ — woede; abhijāyate — onstaat.

Vertaling:
Door zijn aandacht op de zinsobjecten te richten, raakt men aan ze gehecht; uit zulke gehechtheid ontwikkelt zich lust en uit lust ontstaat woede.

Uitleg:
Wie niet Kṛṣṇa-bewust is, is onderhevig aan materiële verlangens wanneer hij zijn aandacht op de zinsobjecten richt. De zintuigen hebben echte bezigheden nodig en als ze niet in beslag worden genomen door transcendentale liefdedienst aan de Heer, zullen ze zulke bezigheden zeker in de dienst van het materialisme zoeken.
In de materiële wereld is iedereen, inclusief Heer Śiva en Heer Brahmā — om maar te zwijgen van andere halfgoden op de hemelse planeten — onderhevig aan de invloed van de zinsobjecten. De enige manier om uit de puzzel van het materiële bestaan te komen is Kṛṣṇa-bewust te worden. Heer Śiva was in diepe meditatie verzonken, maar toen Pārvatī hem tot zinnelijk genot aanzette, ging hij op haar voorstel in en als gevolg hiervan werd Kārtikeya geboren. Toen Haridāsa Ṭhākura een jonge toegewijde van de Heer was, werd hij op soortgelijke manier verleid door een incarnatie van Māyā-devī, maar door zijn onvermengde devotie voor Kṛṣṇa doorstond Haridāsa de test met gemak.
Zoals in het vers van Śrī Yāmunācārya hierboven duidelijk werd gemaakt, schuwt een oprechte toegewijde van de Heer alle materiële zinsbevrediging, omdat hij een hogere smaak heeft voor spiritueel plezier in het gezelschap van de Heer. Dat is het geheim van succes. Daarom zal iemand die niet Kṛṣṇa-bewust is uiteindelijk falen in het beheersen van zijn zintuigen, hoe bedreven hij er ook in is ze kunstmatig te onderdrukken, want de minste gedachte aan zinnelijk genot zal hem ertoe aanzetten zijn zintuigen te bevredigen.


TEXT 63:
krodhād bhavati sammohaḥ, sammohāt smṛti-vibhramaḥ
smṛti-bhraṁśād buddhi-nāśo, buddhi-nāśāt praṇaśyati

Woord-voor-woord-vertalingen:
krodhāt — van woede; bhavati — vindt plaats; sammohaḥ — volkomen illusie; sammohāt — van illusie; smṛti — van geheugen; vibhramaḥ — verwarring; smṛti-bhraṁśāt — na de verbijstering van het geheugen; buddhi-nāśaḥ — verlies van intelligentie; buddhi-nāśāt — en door het verlies van intelligentie; praṇaśyati — komt men ten val.

Vertaling:
Uit woede komt volslagen illusie voort en illusie veroorzaakt verwarring van het geheugen. Wanneer het geheugen verward is, gaat de intelligentie verloren en is de intelligentie eenmaal verloren, dan valt men terug in het materiële moeras.

Uitleg:
Door ontwikkeling van Kṛṣṇa-bewustzijn kan men weten dat alles zijn nut heeft in dienst van de Heer. Degenen die zonder kennis van Kṛṣṇa-bewustzijn zijn, proberen kunstmatig objecten te vermijden en als gevolg daarvan bereiken ze, hoewel ze de bevrijding van materiële gebondenheid verlangen, niet het perfecte stadium van verzaking. Aan de andere kant weet iemand in het Kṛṣṇa-bewustzijn alles te gebruiken in dienst van de Heer; daarom wordt hij geen slachtoffer van materieel bewustzijn. Bijvoorbeeld, voor een impersonalist kan de Heer, of het Absolute, onpersoonlijk zijn, niet eten. Terwijl een impersonalist goede eetwaren probeert te vermijden, weet een toegewijde dat Kṛṣṇa de allerhoogste genieter is en dat Hij alles eet wat Hem in toewijding wordt aangeboden. Dus, na het aanbieden van goede eetwaren aan de Heer neemt de toegewijde de overblijfselen, genaamd prasādam. Zo wordt alles vergeestelijkt en bestaat er geen gevaar voor een ondergang. De toegewijde neemt prasādam in Kṛṣṇa-bewustzijn, terwijl de niet-toegewijde het als materiaal afwijst. De impersonalist kan daarom niet genieten van het leven vanwege zijn kunstmatige verzaking; en om deze reden trekt een lichte opwinding van de geest hem weer omlaag in de poel van het materiële bestaan. Er wordt gezegd dat zo'n ziel, ook al stijgt ze op tot het punt van bevrijding, weer naar beneden valt omdat hij geen steun in devotionele dienst heeft.

Wie is het voorbeeld van een mat-parah gegeven in vers 61 in hoofdstuk 2 in Bhagavad Gita Zoals Ze Is?


mat-paraḥ — in relatie met Mij;

Srimad Bhagavad Gita Zoals Ze Is, Hoofdstuk 2, Vers 61:
tāni sarvāṇi saṁyamya, yukta āsīta mat-paraḥ
vaśe hi yasyendriyāṇi, tasya prajñā pratiṣṭhitā

Woord-voor-woord-vertalingen:
tāni — die zintuigen; sarvāṇi — alle; saṁyamya — beheersend; yuktaḥ — verbonden; āsīta — moet zich bevinden; mat-paraḥ — in relatie met Mij; vaśe — in volledige onderwerping; hi — zeker; yasya — iemand van wie; indriyāṇi — zintuigen; tasya — zijn; prajñā — bewustzijn; pratiṣṭhitā — onwankelbaar.

Vertaling:
Wie zijn zintuigen beheerst en volledig in bedwang houdt en zijn bewustzijn op Mij richt, wordt een mens van onwankelbare intelligentie genoemd.

Uitleg:
In dit vers wordt duidelijk gezegd dat Kṛṣṇa-bewustzijn de hoogste vorm van perfectie in yoga is. Men kan onmogelijk zijn zintuigen beheersen zonder Kṛṣṇa-bewust te zijn. Zoals hierboven al gezegd is, zocht de grote wijze Durvāsā Muni onenigheid met Mahārāja Ambarīṣa; Durvāsā Muni werd uit trots onnodig kwaad en kon daardoor zijn zintuigen niet bedwingen. De koning, die weliswaar niet zo’n machtige yogī was als de wijze, maar wel een toegewijde van de Heer, verdroeg daarentegen zwijgend het onrecht dat de wijze hem aandeed en triomfeerde daardoor. De koning was in staat zijn zintuigen te beheersen, omdat hij de volgende eigenschappen had die in het Śrīmad-Bhāgavatam (9.4.18-20) worden genoemd:

sa vai manaḥ kṛṣṇa-padāravindayor
vacāṁsi vaikuṇṭha-guṇānuvarṇane
karau harer mandira-mārjanādiṣu
śrutiṁ cakārācyuta-sat-kathodaye
mukunda-liṅgālaya-darśane dṛśau
tad-bhṛtya-gātra-sparśe ’ṅga-saṅgamam
ghrāṇaṁ ca tat-pāda-saroja-saurabhe
śrīmat-tulasyā rasanāṁ tad-arpite
pādau hareḥ kṣetra-padānusarpaṇe
śiro hṛṣīkeśa-padābhivandane
kāmaṁ ca dāsye na tu kāma-kāmyayā
yathottama-śloka-janāśrayā ratiḥ

‘Koning Ambarīṣa concentreerde zijn geest op de lotusvoeten van Heer Kṛṣṇa, gebruikte zijn woorden om de verblijfplaats van de Heer te beschrijven; zijn handen om de tempel van de Heer schoon te maken; zijn oren om over de activiteiten van vermaak van de Heer te horen; zijn ogen om de vorm van de Heer te zien; zijn lichaam om de lichamen van de toegewijden aan te raken; zijn neus om de geur van de bloemen die aan de lotusvoeten van de Heer zijn geofferd, te ruiken; zijn tong om de tulasī-bladeren te proeven die aan Hem zijn geofferd; zijn benen om naar de heilige plaats te reizen waar Zijn tempel staat; zijn hoofd om eerbetuigingen te brengen aan de Heer, en zijn verlangens om de verlangens van de Heer te vervullen — en al deze eigenschappen maakten hem geschikt om een mat-parah-toegewijde van de Heer te worden.’

Het woord ‘mat-parah’ is uiterst belangrijk in dit verband. Hoe iemand mat-parah kan worden, blijkt uit de levensbeschrijving van Mahārāja Ambarīṣa. Śrīla Baladeva Vidyābhūṣaṇa, een groot geleerde en ācārya in de lijn van mat-parah-toegewijden, merkt het volgende op: mad-bhakti-prabhāvena sarvendriya-vijaya-pūrvikā svātma-dṛṣṭiḥ sulabheti bhāvaḥ. ‘De zintuigen kunnen alleen volledig worden beheerst door de kracht van devotionele dienst aan Kṛṣṇa.’ Soms wordt ook het voorbeeld van het vuur gegeven: ‘Zoals een laaiend vuur alles in een kamer verbrandt, zo brandt Heer Viṣṇu, die Zich in het hart van de yogī bevindt, alle onzuiverheden weg.’ Het Yoga-sūtra schrijft ook meditatie op Heer Viṣṇu voor en niet mediteren op de leegte. De zogenaamde yogī’s die op iets anders dan de vorm van Viṣṇu mediteren, verspillen eenvoudig hun tijd met het vergeefs najagen van hersenschimmen. We moeten Kṛṣṇa-bewust worden, toegewijd aan de Persoonlijkheid Gods. Dat is het doel van ware yoga.

Wat is de betekenis van de uitdrukking param drstva nivartate in vers 59 in hoofdstuk 2 in Bhagavad Gita Zoals Ze Is?

param — veel betere dingen; dṛṣṭvā — door te ervaren; nivartate — hij houdt op met.

Srimad Bhagavad Gita Zoals Ze Is, Hoofdstuk 2, Vers 59:
viṣayā vinivartante, nirāhārasya dehinaḥ
rasa-varjaṁ raso ’py asya, paraṁ dṛṣṭvā nivartate

Woord-voor-woord-vertalingen:
viṣayāḥ — objecten voor zinnelijk genot; vinivartante — worden geoefend om af te zien van; nirāhārasya — door negatieve beperkingen; dehinaḥ — voor de belichaamde; rasa-varjam — de smaak opgevend; rasaḥ — besef van genot; api — hoewel er is; asya — zijn; param — veel betere dingen; dṛṣṭvā — door te ervaren; nivartate — hij houdt op met.

Vertaling:
Hoewel de belichaamde ziel van zinnelijk genot weerhouden kan worden, blijft de smaak voor zinsobjecten bestaan. Maar wanneer ze zulke bezigheden opgeeft omdat ze een hogere smaak ervaart, is ze onwankelbaar in haar bewustzijn.

Uitleg:
Tenzij men zich op een transcendentaal niveau bevindt, is het onmogelijk om zinsbevrediging op te geven. Het proces van het beperken van zinsbevrediging door regels en bepalingen is te vergelijken met het ontzeggen van bepaalde voeding aan een zieke. Zo’n patiënt zal zeker niet blij zijn met zulke beperkingen en zal ook zijn smaak voor die bepaalde voeding niet verliezen. Op dezelfde manier wordt minder intelligente mensen, die ontoereikende kennis hebben, aangeraden de zintuigen te beperken door een spiritueel proces als aṣṭāṅga-yoga (yama, niyama, āsana, prāṇāyāma, pratyāhāra, dhāraṇā, dhyāna en samādhi). Maar wie tijdens zijn vorderingen in Kṛṣṇa-bewustzijn de schoonheid van de Allerhoogste Heer Kṛṣṇa heeft ervaren, heeft geen smaak meer voor dode, materiële dingen. De beperkingen zijn er daarom voor de minder intelligente nieuwelingen in het spirituele leven; maar die beperkingen zijn alleen goed totdat iemand werkelijk smaak heeft voor Kṛṣṇa-bewustzijn. Wanneer iemand werkelijk Kṛṣṇa-bewust is, verliest hij vanzelf alle smaak voor minderwaardige dingen.

Wat wordt bedoeld met sva-dharma en wat zijn de twee soorten sva-dharma?


In Srimad Bhagavad Gita Zoals Ze Is, hoofdstuk 2, Vers 31, het laatste deel van de uitleg, zegt Srila Prabhupada:

Er bestaan twee soorten sva-dharma’s of specifieke plichten. Zolang men nog niet bevrijd is, moet men, in overeenstemming met de religieuze principes, de plichten vervullen die bij zijn bepaalde lichaam horen om bevrijding te bereiken. Is men eenmaal bevrijd, dan is het sva-dharma, de specifieke plicht, spiritueel en niet meer onderhevig aan een materiële en lichamelijke levensopvatting. Binnen een lichamelijke levensopvatting zijn er verschillende plichten voor de brāhmaṇa’s en de kṣatriya’s en zulke plichten zijn onvermijdelijk. Ieders sva-dharma wordt door de Heer voorgeschreven; dit zal in het vierde hoofdstuk worden verduidelijkt. Op het lichamelijk niveau wordt sva-dharma aangeduid met varṇāśrama-dharma of de springplank voor de mens om tot spirituele bewustwording te komen. Van menselijke samenleving is sprake vanaf het niveau van varṇāśrama-dharma of de specifieke plichten overeenkomstig de specifieke hoedanigheden van de natuur die bij het lichaam horen dat men gekregen heeft. Wie binnen welk type activiteiten dan ook zijn specifieke plicht vervult in overeenstemming met de instructies van hogere autoriteiten, zal daardoor tot een hoger bestaansniveau worden verheven.

woensdag 26 juni 2019

Wanneer is een leraar geschikt om te worden verlaten volgens de geschriften? (2.5)


Wanneer een leraar zich schuldig maakt aan afschuwelijke activiteiten en zijn gevoel van discriminatie heeft verloren (zij namen Duryodhanas kant in de oorlog vanwege zijn financiële hulp). Bhīṣma (bhisma -- Bhisma -- Sanskrit Dictionary) en Droṇa (drona -- the teacher Drona -- Sanskrit Dictionary) waren verplicht om de zijde van Duryodhana te kiezen vanwege zijn financiële hulp, hoewel ze zulke dingen niet hadden mogen accepteren. Een positie eenvoudigweg op financiële overwegingen. Onder deze omstandigheden hebben ze de fatsoensnormen van leraren verloren.

vrijdag 31 mei 2019

De waarde van het menselijk leven begrijpen

Door:
Chanchalapathi Dasa, Bangalore citerend uit Zijn Goddelijke Genade A.C. Bhaktivedanta Svami Srila Prabhupada's Srimad Bhagavatam Canto 1 - Hoofdstuk 18
VERS 47
apāpeṣu sva-bhṛtyeṣu
bālenāpakva-buddhinā
pāpaṁ kṛtaṁ tad bhagavān
sarvātmā kṣantum arhati
VERTALING
Toen bad de rishi tot de alles doordringende Persoonlijkheid van God om gratie te verlenen aan zijn onvolwassen jongen, die geen intelligentie had en die de grote zonde beging van het vervloeken van een persoon die volledig vrij was van alle zonden, die ondergeschikt was en die het verdiende beschermd te worden.

COMMENTAAR
Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen actie, zowel vroom als zondig. Rishi Samika kon voorzien dat zijn zoon een grote zonde had begaan door Maharaja Parikshit te vervloeken, die het verdiende beschermd te worden door de brahmana's, want hij was een vrome heerser en volledig vrij van alle zonden omdat hij een eersteklas toegewijde van de Heer was. Wanneer een toegewijde van de Heer wordt beledigd, is het erg moeilijk om de reactie te overwinnen. De brahmana's, die aan het hoofd staan ​​van de sociale ordes, zijn bedoeld om hun ondergeschikten te beschermen en niet om ze te vervloeken. Er zijn gelegenheden dat een brahmana verwoed een ondergeschikte kshatriya of vaishya, enz., kan vervloeken, maar in het geval van Maharaja Parikshit waren er geen redenen, zoals al is uitgelegd. De dwaze jongen had het uit pure ijdelheid gedaan om een ​​brahmana's zoon te zijn, en daardoor raakte hij gestraft door de wet van God. De Heer vergeeft een persoon nooit die zijn zuivere toegewijde veroordeelt. Daarom had de dwaze Sringi, door een koning te vervloeken, niet alleen een zonde begaan, maar ook de grootste overtreding. Daarom kon de rishi voorzien dat alleen de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods zijn zoon kon redden van zijn zondige daad. Daarom bad hij rechtstreeks om vergeving van de Allerhoogste Heer, die als enige een ding ongedaan kan maken dat onmogelijk te veranderen is. De oproep was gedaan in de naam van een dwaze jongen die helemaal geen intelligentie had ontwikkeld.
In dit verband kan de vraag gesteld worden dat, aangezien het de wens van de Heer was dat Parikshit Maharaja in die ongemakkelijke positie gebracht zou worden zodat hij bevrijd zou worden van het materiële bestaan, waarom werd dan een zoon van een brahmana verantwoordelijk gesteld voor deze offensieve handeling? Het antwoord is dat de aanstootgevende daad alleen door een kind werd uitgevoerd, zodat hij gemakkelijk kon worden verontschuldigd, en dus werd het gebed van de vader aanvaard. Maar als de vraag gesteld wordt waarom de brahmana gemeenschap als geheel verantwoordelijk werd gehouden voor het toelaten van Kali in de wereldzaken, wordt het antwoord gegeven in de Varaha Purana dat de demonen die vijandig handelden ten opzichte van de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods maar niet door de Heer werden gedood, in de families van brahmana's geboren mochten worden om te profiteren van de tijdperk van Kali. De barmhartige Heer gaf hun een kans om hun geboorten te laten plaatsvinden in de families van vrome brahmana's zodat ze konden evolueren naar de zaligheid. Maar in plaats van de goede gelegenheid gebruiken te maken, misbruikten de demonen, de brahmaanse cultuur omdat ze opgeblazen waren door ijdelheid om brahmana's te worden. Het typische voorbeeld is de zoon van Samika Rishi, en alle dwaze zonen van brahmana's worden hierbij gewaarschuwd niet zo dwaas te worden als Sringi en altijd op hun hoede te zijn voor de demonische eigenschappen die zij in hun vorige geboorten hadden. De dwaze jongen was natuurlijk verontschuldigd door de Heer, maar anderen, die misschien geen vader als Samika Rishi hebben, zullen in grote moeilijkheden komen als ze de voordelen van de geboorte in een brahmana-familie misbruiken.
*******

Hier zien we de reactie van Samika Rishi op de schaamteloze daad van zijn zoon in het vervloeken van Maharaj Parikshit. In deze verzen is een van de dingen die naar voren komen het gevoel van plicht dat Samika Rishi voelt. Hij analyseert wat zijn zoon heeft gedaan en zegt vervolgens, door de beëindiging van de monarchale regimes en het plunderen van de rijkdom van mensen door boeven en dieven, worden mensen gedood en gewond en dieren en vrouwen zullen worden ontvoerd en voor al deze zonden, zullen wij verantwoordelijk zijn.
Dus we zien deze brahmana's, het is niet dat ze altijd werden gerespecteerd, maar ze waren ook erg verantwoordelijk. In feite, zoals we het hebben over de verschillen tussen de mens en de dieren, hebben de mensen een ontwikkeld geweten en daarmee het verantwoordelijkheidsgevoel. Maar dat gevoel van verantwoordelijkheid hangt ook af van de spirituele verlichting van de ziel. De ziel is zijn ware aard vergeten en is in een diepe slaap gegaan en Krishna-bewustzijn is een proces dat de ziel wakker maakt. Hoe meer we ontwaakt zijn, hoe meer we het gevoel van spirituele verantwoordelijkheid zullen hebben.

Soms blijven toegewijden een tijdje in de tempel en dan gebeurt er iets verbijsterends en dan gaan ze weg. Er zijn andere toegewijden die moeilijkheden doormaken in het leven, maar nooit hun gevoel van spirituele verantwoordelijkheid opgeven. Er zijn gevallen waarin toegewijden lid worden van de tempel, de ouders erg overstuur raken en hun zoon met geweld wegnemen en drugs toedienen, om ze te laten veranderen en sommige van deze medicijnen zijn erg krachtig, ze slapen een paar dagen en dan worden ze langzaam wakker en waarbij ze hem verschillende soorten behandelingen geven, denkend dat hun zoon gek geworden is. Maar dan zijn we een paar gevallen tegengekomen wanneer het effect van het medicijn verslijt en ze opnieuw opstaan en zeggen: ik wil een toegewijde zijn. Dat is omdat als de ziel eenmaal gewekt is, hij zich bewust zal worden van zijn spirituele verantwoordelijkheid. Terwijl toegewijden soms, wanneer er problemen in hun spirituele leven komen, hun spirituele verantwoordelijkheden heel gemakkelijk opgeven. Dit komt door de mate van gradatie van ontwaking van de ziel.

Concentreer je op zelfonderzoek

"De transcendentale betekenis van de woorden kan niet overgebracht worden naar de zintuigen van de geconditioneerde ziel zolang hij er niet mee instemt om de methode van onderdanig luisteren te volgen en naar het transcendentale geluid te luisteren dat verschijnt op de lippen van de zuivere toegewijde. Er is een duidelijke lijn van opeenvolging van de bonafide leraren van de waarheid. De bonafide leraar moet vroeg of laat beschikbaar zijn voor de echte zoeker van de waarheid. De bonafide leraar is niet herkenbaar voor de hypocrieten en atheïsten die de Godheid niet echt willen dienen. Zolang de bonafide leraar zijn verschijning niet manifesteert in de zuivere cognitieve essentie van de zoeker naar de Absolute Waarheid, is het daarom noodzakelijk dat de kandidaat voor spirituele verlichting zich concentreert op zelfonderzoek om te kunnen voorkomen dat zich enige sporen van onoprechtheid in zich ophoud. De woorden van de sadhu zijn ook beschikbaar, door zijn grondeloze genade, voor het dragen van de inspanningen van dergelijke kandidaten, voor het vinden van hun eigen onoprechtheid. ”
door Srila Bhaktisiddhanta Sarawati Thakura Prabhupada - Gepubliceerd in een mei 1932 editie van The Harmonist

"Aan het begin van ons geestelijk leven bidden we oprecht en met volledige onderwerping en zelfovergave tot God voor het ontvangen van de bescherming van Sri Guru. De Allerhoogste Heer, die onze ernst en toewijding waarneemt om ons op het ware pad te begeleiden, zal een echte goeroe naar ons sturen. Anders is het voor ons onmogelijk om Sri Guru te vinden door onze eigen feilbare energie. Als we onszelf leiden door onze eigen energie zullen we de pseudo-goeroes tegenkomen en door hen worden vastgehouden door hun tijdelijke aangename manieren, en naar de hel rennen. "
door Srila Bhaktisiddhanta Sarawati Thakura Prabhupada - Gepubliceerd in The Harmonist, Vol XXVII, No.5, Oct 1929, p.139

Toegewijde Dienst

De vier regulerende principes


Er zijn vier pijlers waarop de menselijke samenleving rust. Deze pijlers zijn: genade, waarachtigheid, soberheid (wat is soberheid: de toestand van het leven zonder onnodige dingen en zonder comfort) en reinheid. Iedereen waardeert deze kwaliteiten. Door de vier regulerende principes te volgen, ondersteunen we deze pijlers en bevrijden ons van ellende en van het veroorzaken van pijn aan anderen. Samen met het chanten van Hare Krishna vormt het volgen van deze principes de basis van Krishna-bewuste beoefening.

1. Geen vlees, vis of eieren eten. Het doden van dieren vernietigt de kwaliteit van genade. Iemand verandert zijn lichaam in een kerkhof door dode dieren te consumeren. Deze voedingsmiddelen zijn verzadigd van de geaardheden passie en onwetendheid en kunnen daarom niet aan de Heer worden aangeboden. Een persoon die dit voedsel eet, neemt deel aan een samenzwering van geweld tegen hulpeloze dieren en beperkt daarmee zijn spirituele vooruitgang.

2. Geen gokken. Waarachtigheid wordt vernietigd door gokken. Dit is vrij duidelijk. Gokken maakt van een persoon een leugenaar, een valsspeler. Gokken zet iemand steevast in angst en voedt hebzucht, jaloezie en woede.

3. Geen gebruik van bedwelmende middelen. We kennen veel argumenten tegen het gebruik van bedwelmende middelen. Het is niet moeilijk om te begrijpen, want iedereen met een verstandige geest zal accepteren dat het nemen van bedwelmende middelen fysiek, mentaal en geestelijk schadelijk is. Het vernietigt het principe van soberheid omdat de reden dat mensen drugs gebruiken is dat ze hun lijden in de materiële wereld willen vermijden - ze willen die soberheid niet onder ogen zien. Drugs, alcohol en tabak, evenals elk drankje of voedsel dat cafeïne bevat, vertroebelen de geest, overprikkelen de zintuigen en maken het onmogelijk om de principes van bhakti-yoga te volgen.

4. Geen ongeoorloofde seks. Reinheid wordt vernietigd door ongeoorloofde seks. Dit is seks buiten het huwelijk of voor welk doeleinde dan ook voor enig ander doel dan voortplanting. Seks voor plezier dwingt iemand zich te identificeren met het lichaam en voorkomt dat iemand Krishna-bewustzijn begrijpt. De Geschriften leren dat seks de krachtigste macht is die ons verbindt met de materiële wereld. Iedereen die serieus opkomt met het bevorderen van het Krsna-bewustzijn, moet zich daarom onthouden van of reguleren van seksuele activiteit volgens de Geschriften. In de Bhagavad Gita zegt Krsna dat seksuele vereniging voor het concipiëren van een kind om in Godsbewustzijn te worden grootgebracht, een daad van toewijding aan Hem is.

Door deze principes te volgen, onderdruk je jezelf niet, maar verhef je jezelf tot een superieur platform. Door Hare Krishna te chanten, krijgt iemand een hogere smaak en laat je materiële verlangens achter op basis van het niveau van je realisatie.

DE HEILIGE NAMEN VAN DE HEER ZINGEN:


Eerst (een keer op de hoofdkraal): Panca Tattva Maha-Mantra:

Sri Krishna Caitanya, Prabhu Nityananda, Sri Advaita, Gadadhara, Srivasa adi Gaura Bhakta Vrinda

Betekenis: Ik offer mijn eerbetuigingen aan Śrī Kṛṣṇa Caitanya, Prabhu Nityānanda, Śrī Advaita, Gadādhara, Śrīvāsa en alle anderen in de lijn van toewijding.
Dan (108 keer de Hare Krishna Maha-Mantra zingen op kleine kralen totdat je terugkeert naar de hoofdkraal):

Hare Krishna Hare Krishna Krishna Krishna Hare Hare Hare Rama Hare Rama Rama Rama Hare Hare

Betekenis: Mijn lieve Heer, en de geestelijke energie van de Heer, betrek mij alstublieft in Uw dienst. Ik schaam me nu voor deze materiële dienst. Breng me alstublieft in Uw dienst.
Dit is een ronde.
Totslot (opnieuw op de hoofdkraal, zing de Panca Tattva Maha-Mantra), dan nog eens 108 keer om een ​​nieuwe ronde te voltooien. Dus per kraal 1 keer de Hare Krishna Maha-Mantra, dit 108 keer is 1 ronde.
Naast het volgen van de 4 regulerende principes, zing de Heilige Namen minstens 16 ronden (108 keer is 1 ronde) per dag en wees gelukkig!